Arnhem - Sedert 6 jaar zetten wij ons voor de met ontvoering bedreigde en reeds ontvoerde kinderen in.
Vanaf december 2004 had Anja Timmer (PvdA) ons voorstel wetswijziging in haar bezit en eindelijk ligt hij in de Tweede Kamer.
Voorstel aan PvdA fractie en gespreksverslag d.d. 1 december 2004
Inleiding
Sedert enige jaren zet ik, Jacques Smits, mij in voor de bescherming van de rechten van het (ontvoerde) minderjarige Nederlandse kind. In eerste instantie werd deze inzet ontplooid middels mijn toenmalig (door het Ministerie van Justitie erkende en toegelaten) particulier recherchebureau Intercept doch sedert 3 jaar middels de Stichting Kinderontvoering, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Arnhem onder nummer 09129523, waarbij de statuten in een door een notaris opgestelde akte van oprichting alsvolgt luiden:
Statuten Stichting Kinderontvoering
De comparant verklaarde bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor de navolgende statuten vast te stellen:
Naam en zetel.
Artikel 1.
1. De stichting draagt de naam: Stichting Kinderontvoering.
2. Zij heeft haar zetel in de gemeente Arnhem.
Doel
Artikel 2.
1. De stichting heeft ten doel:
a. het adviseren en begeleiden inzake juridische procedures met betrekking tot het voorkomen van (internationale) kinderontvoering casu quo onttrekkingen uit het ouderlijk gezag;
b. het adviseren en begeleiden van gedupeerden casu quo achterblijvers die met nationale en internationale kinderontvoering casu quo onttrekkingen uit het ouderlijk gezag geconfronteerd zijn;
c. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:
a. het adviseren en begeleiden van de advocatuur welke belast is met kinderontvoering casu quo onttrekking uit het ouderlijk gezag;
b. het middels de media naar buiten treden inzake het publiekelijk bekend maken van waarheidsbevindingen inzake discutabele en/of onjuiste rapportages van (semi) overheidsorganen, waarbij de rechten van het kind aantoonbaar zijn genegeerd casu quo beschadigd en/of aangetast;
c. het verstrekken van opdrachten aan derden met de intentie tot het verlenen van juridische bijstand voor de benadeelden en/of achterblijvers en/of het verstrekken van opdrachten met de intentie tot de daadwerkelijke opsporing en repatriëring van de aan het ouderlijk gezag onttrokken casu quo (internationaal) ontvoerde kinderen;
d. het verwerven van fondsen en/of donaties ter dekking van de door de stichting gemaakte kosten.
- - -
Het is een vaststaand en door het Ministerie van Justitie erken gegeven dat er gemiddeld 120 minderjarige kinderen per jaar middels onttrekking aan het ouderlijk gezag over de Nederlandse grenzen na een (v)echtscheiding of relatiebreuk verdwijnen, waarbij het overgrote deel van deze kinderen naar Arabische landen ontvoerd worden door de biologische vader of in opdracht van de biologische vader.
In mindere mate is het bekend dat biologische moeders Nederlandse kinderen naar het buitenland ontvoeren, doch er zijn een aantal zaken bij ons bekend waarbij de kinderen naar Polen, Rusland en de Oekraïne onttrokken worden.
Huidige situatie
Op dit moment biedt de Nederlandse wetgeving geen enkele bescherming voor kinderen die onder een daadwerkelijke ontvoeringdreiging vallen daar het Wetboek van Strafrecht het navolgende omtrent onttrekking/ontvoering schrijft:
Wetboek van Strafrecht
Titel XVIII . Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid
Artikel 278
Hij die iemand over de grenzen van het Rijk in Europa voert, met het oogmerk om hem wederrechtelijk onder de macht van een ander te brengen of om hem in hulpeloze toestand te verplaatsen, wordt, als schuldig aan mensenroof, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Artikel 279
1. Hij die opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt opgelegd indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd , of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.
Artikel 280
1. Hij die opzettelijk een minderjarige die onttrokken is of zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergt of aan de nasporing van de ambtenaren van de justitie of politie onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie of, indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.
2. Het voorgaande is niet van toepassing op hem die
a. de raad voor de kinderbescherming onverwijld de verblijfplaats van de minderjarige meedeelt; of
b. op grond van de Wet op de jeugdhulpverlening voor bekostiging in aanmerking is gebracht en handelt overeenkomstig de artikelen 25 en 26 van die wet; of
c. handelt in het kader van zorgvuldige hulpverlening aan de minderjarige.
3. Van zorgvuldige hulpverlening vormen de onverwijlde melding dat hulp wordt verleend alsmede de onverwijlde bekendmaking van de identiteit van de hulpverlener en zijn plaats van verblijf of vestiging aan degene die het gezag over de minderjarige uitoefent, bestanddelen.
Artikel 281
1. Als schuldig aan schaking wordt gestraft :
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie, hij die een minderjarige vrouw, zonder de wil van haar ouders of voogden doch met haar toestemming, wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie, hij die een vrouw door list, geweld of bedreiging met geweld wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren.
2. Geen vervolging heeft plaats dan op klacht.
3. De klacht geschiedt:
a. indien de vrouw tijdens de wegvoering minderjarig is, hetzij door haarzelf, hetzij door iemand wiens toestemming zij tot het aangaan van een huwelijk behoeft;
b. indien zij tijdens de wegvoering meerderjarig is, hetzij door haarzelf, hetzij door haar echtgenoot.
4. Indien de schaker met de weggevoerde een huwelijk heeft gesloten, heeft geen veroordeling plaats, dan nadat de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken.
Artikel 282
1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie.
4. De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die opzettelijk tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving een plaats verschaft.
Artikel 282a
1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt met het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of niet te doen wordt als schuldig aan gijzeling gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.
2. Indien het feit de dood ten gevolge heeft wordt hij gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie.
3. Het vierde lid van artikel 282 is toepasselijk.
Artikel 283
1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd wordt of beroofd blijft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2. Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met hechtenis van ten hoogste negen maanden of geldboete van de derde categorie.
3. Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
Uit eerder vermelde wetsartikelen blijkt dat de achtergebleven ouder pas na de voltooiing van enig eerder vermeld strafrechtelijk misdrijf tot aangifte c.q. verzoek tot vervolging kan overgaan waarbij het meest kwalijke al is geschiedt, het kind c.q. de kinderen zijn dan inmiddels al over onze landsgrenzen heen `gebracht`, waardoor het Internationaal Recht en het Haags Kinderverdrag van toepassing gaat worden.
Haags Kinderverdrag
Middels het Haags Kinderverdrag en de Nederlandse Centrale Autoriteit kan er een teruggeleidingsverzoek van het onttrokken kind plaatsvinden bij de 71 landen die op dit moment zijn aangesloten bij eerder vermeld Verdrag.
De praktijk toont helaas aan dat Verdragslanden dankbaar `misbruik` maken van de diverse betwistbare regeltjes binnen dit Verdrag waardoor er alsnog geen sprake kan zijn van een teruggeleiding volgens dit Verdrag.
Geen van de Arabische/Moslim landen erkennen dit Haagse Kinderverdrag, m.u.v. Egypte die dit Verdrag wel ondertekend heeft maar met de clausule dat dit Verdrag ondergeschikt is aan de Egyptische wetgevingen m.a.w., dit Verdrag heeft geheel geen effectiviteit voor naar Egypte ontvoerde kinderen.
Arabisch religieuze wetgeving
Dat de rechten van de vrouw in Arabische landen geheel anders is dan in de Westerse landen is ook een vaststaand feit, vrouwen mogen aldaar geen echtscheiding aanvragen, de `eer` hiertoe is alleen aan de man toegewezen.
Wanneer de man een verzoek tot echtscheiding heeft ingediend, dan valt het gezag over de uit dit huwelijk geboren kinderen direct aan de man en de vrouw heeft dan het recht om middels gerechtelijke procedures een omgangsregeling af te dwingen waarbij e.e.a. strijdig is op de Koran, daar de kinderen tot het bereiken van een bepaalde leeftijd bij de moeder dienen te verblijven voor de verzorging en de opvoeding.
Wanneer een Nederlandse vader van Arabische afkomst de kinderen naar zijn geboorteland overbrengt, dan verkrijgt hij aldaar direct alle rechten zoals hierboven omschreven waardoor de Nederlandse moeder (in Nederland gescheiden) met lege handen achterblijft.
Het kan ook zo zijn dat desbetreffende Nederlandse vader de echtscheiding niet heeft ingeschreven in zijn geboorteland, waardoor aldaar het huwelijk niet is ontbonden volgens de Arabische wetgevingen. Het gevolg hiervan kan zijn dat als de moeder voor een bezoekregeling of een juridische procedure in desbetreffend land aanwezig is, zij het land niet meer kan/mag verlaten omdat de Arabische echtgenoot de `macht` heeft haar het uitreizen van dat land te verbieden, waardoor ook nog een mogelijke gijzelingssituatie van een volwassen Nederlandse kan gaan ontstaan.
Daar de Nederlandse Centrale Autoriteit geen enkel `Haags Kinderverdrag` binding met desbetreffend Arabisch land heeft, kan er ook geen beroep gedaan worden op dit Haags Kinderverdrag en kunnen er alleen langslepende briefwisselingen plaatsvinden tussen BuZa, de Nederlandse Ambassade in desbetreffend land en Buitenlandse Zaken van dat land.
Het is inmiddels ook een gegeven dat de rechten van dit ontvoerde Nederlandse kind afhangt van het feit `hoe hard desbetreffende ambassade wenst te lopen voor dit kind` (deze uitspraak is verschenen in het dagblad "De Tubantia"), hierbij o.a. verwijzende naar de langslepende ontvoeringszaken van:
1. Hamza Borkhuis uit Assen;
2. Isra uit Goor, die naar Libië is ontvoerd nadat haar moeder is vermoord;
3. Nancy en Kamillia Trakzel die naar Caïro zijn ontvoerd nadat de moeder zwaar is mishandeld;
4. Shaddy Heggzy uit Eindhoven, die naar Caïro is ontvoerd;
5. Yannis en Lucas Ghaddar, die naar Libanon zijn ontvoerd.
Voorkoming ontvoering/wetsaanpassing
Ondanks dat vele achterblijvers in een voorafgaand stadium aan de ontvoering duidelijk kunnen bewijzen dat de (aanstaande) ex-partner voornemens is om het kind c.q. de kinderen te ontvoeren, krijgen deze achterblijvers geen gehoor aan hun noodkreten en komt er pas een reactie als het strafrechtelijke misdrijf `onttrekking` volledig voltooid is.
Daarna volgt een lange weg waarbij deze achterblijver nog veel onbegrip tegenkomt.
Bij een gedwongen `omgangsregeling` middels de R.v.d.K. (die niet naar de noodkreten van de moeder wenste te luisteren en heeft kunnen leiden tot het gelegenheid geven voor een ontvoering) trekt de R.v.d.K. onderhavige zaak in, wenst geen verantwoording te dragen omdat het kind niet meer in Nederland is en sluit het dossier;
Aangifte van o.a. Art. 279 Sr. Bij de politie vindt met veel moeite plaats omdat deze opsporingsdienst onttrekking ouderlijk gezag maar al te graag afdoen als een familierechterlijke zaak, dus civiel en niet voor Proces-verbaal vatbaar;
Wanneer uiteindelijk Proces-verbaal is opgemaakt de O.v.J. ervan overtuigen dat de juiste weg bewandeld dient te worden (zie de schrijnende zaak van Yannis en Lucas Ghaddar uit Heiloo/rechtbank Alkmaar), waarna de diverse signaleringen van de ontvoerende vader en kinderen middels Interpol geactiveerd worden;
Buitenlandse Zaken en desbetreffende ambassades die continue geactiveerd moeten worden om deze zaken onder ogen te brengen van de autoriteiten van desbetreffende landen. De ambassades nemen zelf een sterk passieve houding in als het gaat om Internationale Kinderontvoering, zie de zaken Yannis en Lucas Ghaddar (waarbij zelfs sprake is van leugen en bedrog door desbetreffende ambassade), Nancy en Kamillia Trakzel en Shaddy Heggzy.
Dit alles kan DIRECT voorkomen worden wanneer de artikelen 45 en 46 Wetboek van Strafrecht ingevoegd worden bij Artikel 279 Strafrecht.
Sr. 45 en 46 schrijft alsvolgt:
Wetboek van Strafrecht
Titel IV. Poging en voorbereiding
Artikel 45
1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.
3. Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste vijftien jaren.
4. De bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide misdrijf.
Artikel 46
1. Voorbereiding van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen kennelijk bestemd tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, uitvoert of voorhanden heeft.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij voorbereiding met de helft verminderd.
3. Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste tien jaren.
4. De bijkomende straffen zijn voor voorbereiding dezelfde als voor het voltooide misdrijf.
5. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.
Artikel 46a
Poging om een ander door een der in artikel 47, eerste lid onder 2e, vermelde middelen te bewegen om een misdrijf te begaan, is strafbaar, met dien verstande dat geen zwaardere straf wordt uitgesproken dan ter zake van poging tot het misdrijf of, indien zodanige poging niet strafbaar is, terzake van het misdrijf zelf kan worden opgelegd.
Artikel 46b
Voorbereiding noch poging bestaat indien het misdrijf niet is voltooid tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.
Tot op heden vindt de verantwoordelijke en gezagdragende ouder geen gehoor bij enige opsporingsinstantie wanneer er aangifte op basis van 45 en/of 46 Sr. Gedaan wenst te worden omdat er in deze geen of zeer onduidelijke `richtlijnen` zijn, daarbij komt dat een ouder in deze regelmatig als `betweter` wordt afgedaan wanneer deze over vermelde artikelen begint te praten.
Het is bekend dat vele Nederlandse vaders, van Arabische afkomst, hun kinderen laat bijschrijven in zijn Arabische paspoort c.q. voor de kinderen eigen Arabische paspoorten verkrijgt omdat voor deze landen de toestemming van een moeder niet noodzakelijk is voor de afgifte c.q. bijschrijving op een paspoort.
Alleen dit kan al een reden zijn om artikel 45 en/of 46 Sr. van toepassing te laten zijn, omdat hiermee de mogelijkheden tot een grensoverschrijdende ontvoering als `voornemen tot het begin van de uitvoering` betiteld kan worden.
Zo zijn er nog meerdere onderbouwingen zoals getuigenverklaringen, reeds eerder gepleegde pogingen etc. etc.
Arnhem, 2 december 2004
Stichting Kinderontvoering
Jacques Smits
http://www.kinderontvoering.info
Volg de hieronder geplaatste link voor het ingediende voorstel wetswijziging van Anja Timmer.
http://www.rechtennieuws.nl/forum/portal/title/Rechtsmacht+en+strafmaat+internationale+kinderontvoering/article/7395/ |