|
Rechtbank Rotterdam erkent Suporior Court niet |
|
|
|
Toegevoegd door Redactie
|
|
Wednesday 01 May 2002 Hits: 1233 |
Op 8 maart 2002 heeft de 5e kamer voor burgerlijke zaken van de Rechtank Rotterdam uitgesproken een uitspraak van het Superior Court of California in and for the county of Los Angeles niet te erkennen en vervolgens te vervangen door een eigen uitspraak. Een unieke gebeurtenis voor de rechtspraak in Nederland en een unieke uitspraak inzake Jeugd- en Familie recht in Nederland. Doorgaans worden uitspraken van Superior Courts uit de Verenigde Staten zonder meer gevolgd.
Mede op aandringen van verschillende instanties, waaronder Stichting De Ombudsman heeft echter een mevrouw uit Rotterdam de beslissing van het Superior Court aangevochten in Nederland en met succes. Het gevolg van deze uitspraak is dat zij vanaf nu de volledige voogdij heeft over haar kind.
De uitspraak van de rechtbank volgt na een lange juridische strijd in de Verenigde Staten over het voogdijschap over het kind van de ouders. De ouders, beide Nederlanders, zijn begin jaren 80 naar San Diego verhuisd en daar getrouwd. In 1987 krijgen zij een kind. Wanneer in 1991 de ouders scheiden wordt een omgangsregeling vastgesteld. De moeder wil met haar kind naar Nederland omdat zij haar kansen op werk en een beter bestaan voor haar kind hier hoger acht. In eerste instantie keurt de rechter in de VS dit goed, maar door een vormfout wordt de uitspraak herzien in moeders nadeel: het kind moet in de VS blijven. Na twee jaar getouwtrek echter tekent de moeder een contract waarin vader instemt met het vertrek naar Nederland en moeder afziet van alimentatie. Samen zouden ze de voogdij houden, in de zomer zou het kind de vakantie in de VS doorbrengen.
Na een aantal jaar, in 1999, wordt het de moeder eigenlijk te gek: zij moet hard werken om het hoofd boven water te houden en ondertussen lijkt de vader steeds luxer te gaan leven. De moeder besluit alsnog alimentatie te eisen. Ze wordt in de VS in het gelijk gesteld. AL snel blijkt echter dat de vader het geld niet overmaakt. Pogingen om dit af te dwingen stranden. Vervolgens wordt het kind na de zomervakantie door de vader langer vastgehouden in de VS. Na dreiging van de moeder om dit als kidnapping aan te geven wordt het kind naar Nederland gevlogen. De vader blijkt in de VS flink op het kind ingepraat te hebben. Echter na enkele maanden merkt het kind dat gemanipuleerd te zijn. Inmiddels heeft de vader geƫist het voogdijschap te krijgen evenals alimentatie. Psychologische tests moeten volgen in de VS. Dit loopt niet naar wens. De moeder besluit de rechtszaken te stoppen. De rechtbank in de VS laat echter weten dat wanneer het kind niet naar de VS komt het voogdijschap geheel bij de vader komt te liggen. Verschillende instanties in Nederland vermoeden echter dat wanneer het kind nu naar de VS gaat, de vader vermoedelijk het kind daar zal houden. Helaas weten ook deze instanties dat het onmogelijk is om het kind dan nog naar Nederland te halen. Het land waar deze inmiddels al meer dan de helft van het leven woont, naar school gaat en vrienden heeft. Het land waar het kind zelf wil wonen.
Op aanraden van de instanties, waaronder Stichting de Ombudsman, besluit de moeder om haar kind niet naar de VS te laten gaan. Het Superior Court besluit daarop het volledig voogdijschap toe te kennen aan de vader. Ze vreest dat er nog vele rechtszaken zullen volgen die zij als een ongelijke strijd beschouwd, gezien haar ervaringen in de voorgaande procedures waar telkenmale Nederlandse adviezen aan de kant werden geschoven als niet ter zake doende. Ook dat de wens van het kind niet gekend wordt is opmerkelijk. De moeder besluit daarom, aangezien ze immers in Nederland wonen en Nederlands zijn, in Nederland een procedure te starten inzake de voogdij over haar kind. De rechtszaken in de Verenigde Staten lijken immers weinig uit te halen en daarnaast zijn kosten enorm: voor de laatste procedure waren de advocaatkosten bijvoorbeeld 10.000 dollar. Bij de procedure in Nederland komt de vijfde kamer voor burgerlijk recht van de Rotterdamse rechtbank tot de conclusie dat het voogdijschap bij de moeder moet komen te liggen. Deze conclusie wordt voorgegaan door de uitspraak dat de rechtbank het vonnis van het Superior Court niet erkent en daarom zal wijzigen. Een unieke gebeurtenis.
Bron: Stichting de Ombudsman mei 2002 |