|
Toegevoegd door Beheer
|
|
Sunday 14 April 2002 Hits: 1831 |
Verklaring van het Uitvoerend Comité van 9 februari 1998 betreffende de ontvoering van minderjarigen
Het Schengenacquis - Verklaring van het Uitvoerend Comité van 9 februari 1998 betreffende de ontvoering van minderjarigen (SCH/Com-ex(97) decl. 13, 2e herz.)
Publikatieblad nr L 239 van 22/09/2000 BLZ. 043 - 043
Tekst:
VERKLARING VAN HET UITVOEREND COMITÉ
van 9 februari 1998
betreffende de ontvoering van minderjarigen
(SCH/Com-ex(97) decl. 13, 2e herz.)
HET UITVOEREND COMITÉ,
Gelet op het feit dat de ontvoering van minderjarigen of het wederrechtelijk onttrekken van minderjarigen door één van hun ouders aan het gezag van hun wettelijke bewaarder een ernstig probleem vormt voor de staten die partij zijn bij de Schengenuitvoeringsovereenkomst,
Met inachtneming van artikel 93 van deze overeenkomst, waarin wordt bepaald dat het Schengeninformatiesysteem tot doel heeft de openbare orde en veiligheid alsmede de toepassing van de daarin opgenomen bepalingen inzake het personenverkeer te doen handhaven,
Gelet op het feit dat het aan de betrokken staat is om volgens de nationale rechtsbepalingen te besluiten of signalering van de ontvoerder of van de ouder die de minderjarige wederrechtelijk aan het gezag van zijn wettelijke bewaarder heeft onttrokken, in het Schengeninformatiesysteem kan plaatsvinden,
Gelet op het feit dat het niet mogelijk is de noodzakelijke gegevens op te nemen in de signalering van de minderjarige op grond van artikel 97 van deze overeenkomst,
Overwegende dat een eenvormige oplossing dient te worden gevonden, die het mogelijk maakt minderjarigen, in geval van ontvoering dan wel wederrechtelijke onttrekking door een ouder aan het gezag van hun wettelijke bewaarder, zo snel mogelijk terug te vinden en terug te brengen naar de personen die rechtmatig de voogdij over het kind uitoefenen,
DOET DE NAVOLGENDE AANBEVELING:
1. Indien een minderjarige persoon door een ouder of door een derde persoon wederrechtelijk aan het gezag van zijn wettelijke bewaarder is onttrokken, verdient het in elk geval aanbeveling om onverwijld tot signalering van de minderjarige op grond van artikel 97 van de Schengenuitvoeringsovereenkomst over te gaan.
2. Voor deze signalering zal een M-formulier worden opgesteld, dat aan alle Sirene-bureaus zal worden toegezonden en dat alle gegevens zal bevatten over de omstandigheden waaronder de minderjarige is verdwenen, alsmede gegevens ter identificatie van de ontvoerder(s) en de perso(o)n(en) of instelling die gerechtigd is of zijn de ouderlijke macht dan wel de voogdij over de minderjarige uit te oefenen.
3. Indien deze gegevens om redenen verband houdend met nationale procedures niet, zoals in punt 2 is bepaald, worden verstrekt, dienen zij bij een HIT zo snel mogelijk te worden verstrekt aan het Sirene-bureau van de staat die de HIT heeft geboekt.
4. De autoriteiten die signaleringen in het Schengeninformatiesysteem invoeren, wordt aanbevolen deze procedure te volgen en het desbetreffende Sirene-bureau alle vereiste informatie te verstrekken, opdat deze vervolgens via een M-formulier kan worden verspreid.
5. Tevens is het absoluut noodzakelijk dat de met de grensbewaking belaste autoriteiten systematische controle van de identiteits- of reisdocumenten van minderjarigen aan de buitengrenzen uitvoeren. Dit is in het bijzonder noodzakelijk wanneer minderjarigen onder begeleiding van slechts één volwassene reizen.
6. De controle van documenten zou, voorzover mogelijk, ook bij de uitvoering van controlemaatregelen of in het kader van soortgelijke procedures in het binnenland moet plaatsvinden.
Einde van het document
|